Ontvangst Europees Parlement 17-09-12

Afbeelding_006.jpg

Speech voorzitter VNDelta de heer W. v.d. Donk
Hartelijk dank aan de heren van Dalen en De Backer voor hun uitnodiging, en dank aan de overige EU parlementariërs uit Nederland en Vlaanderen voor hun aanwezigheid. Het is een prachtige kans voor wederzijdse ontmoeting tussen provinciale en Europese bestuurders.
 
Het gebied waarvoor wij opkomen is de Vlaams-Nederlandse Delta; globaal de regio van de provincies West- en Oost-Vlaanderen, Antwerpen, westelijk Noord-Brabant, Zeeland en de zuidvleugel van Zuid-Holland (zie kaart). Hier klopt het haven-economische hart van Europa. Daarmee is deze regio niet iets van genoemde zes provincies alleen, maar is ze de toegangspoort tot Europa en in het belang van alle Europeanen.
 
Het economische belang van deze haveneconomie kan moeilijk worden overschat. Zo draagt de haven van Rotterdam voor een belangrijk deel bij aan het Bruto Nationaal Product van Nederland; de zeer lichte groei van de Nederlandse economie, waarvan we momenteel getuige zijn, is grotendeels bepaald door de groei van de Rotterdamse haveneconomie. Voor Antwerpen gelden vergelijkbare cijfers.
 
Deze Vlaams-Nederlandse Delta is feitelijk één economisch-maatschappelijk systeem. Veel bedrijven hebben vestigingen in Antwerpen èn in Rotterdam, Gent en Terneuzen werken nauw samen. Uiteraard is er tussen zeehavens (gezonde) concurrentie, met name rond de containerafwikkeling, maar is ook sprake van sterke onderlinge afhankelijkheid, zoals rond de petrochemie en er is gemeenschappelijk behoefte aan goede toegang vanaf zee en aan uitstekende achterlandverbindingen. De Vlaams-Nederlandse grens mag geen belemmering opleveren voor een optimale economische bloei.
 
Het spreekt vanzelf dat in z’n regio met de havenreuzen Antwerpen en Rotterdam en de meer gespecialiseerde zeehavens Zeebrugge, Gent, Terneuzen, Vlissingen en Moerdijk een sterk netwerk nodig is van overheden, havens, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Veel wat nodig is om de haveneconomie te faciliteren moet tot stand komen met de stedelijke en provinciale overheid..
 
We zijn er trots op dat er zo’n netwerk bestaat, de Vlaams-Nederlandse Delta. Dit netwerk is per 1 januari 2012 de reeds 10 jaar bestaande Rijn-Schelde Delta opgevolgd. De zes genoemde provincies trekken dit netwerk in nauwe samenwerking met genoemde havens, met de steden en de kennisinstellingen (met name de universiteiten van Antwerpen en Rotterdam). Het netwerk is in dit eerste jaar overigens nog in ontwikkeling.
 
Deze Vlaams-Nederlandse samenwerking is geheel in lijn met het beleid van beide nationale overheden, zoals dat door de ministers-presidenten Peeters en Rutte op 4 juli 2011 is overeengekomen. De ingestelde Vlaams-Nederlandse Toekomstdenkgroep wordt door ons gevoed met ideeën en ervaringen.
 
Eind 2011 -op 18 december- waren we in Antwerpen bijeen voor de start van ons vernieuwde netwerk. In een inspirerende lezing riep EU-raadsvoorzitter van Rompuy ons uit om, uit het nieuwe jaar wat –gelet op de economische wolken- een annus horribilis leek te worden, tot een annus mirabilis te doen uitgroeien. Wij voelen ons door deze aansporing zeer aangesproken en zien ook nadrukkelijk het verband van ons werk met de Europese economische en logistieke agenda.
 
Bij de start begin 2012 konden we beschikken over de Ruimtelijk-economische visie 2040, die in onze opdracht door genoemde universiteiten is gemaakt. Het is me een genoegen u allen een exemplaar van deze studie aan te bieden. Deze visie vormt het inhoudelijk kompas voor de projecten die we willen ontwikkelen.
 
We hebben dus de nadruk gelegd op concrete projecten die provincies, met havens, bedrijfsleven en kennisinstellingen, kunnen ontwikkelen. Zo werken we aan het signaleren en opheffen van belemmeringen die voortkomen uit divergerende wetgeving tussen Vlaanderen en Nederland., op het gebied van afvalwetgeving, ruimtelijke procedures , goederenvervoer per spoor en de nieuwe voorschriften voor LNG-vulstations voor de scheepvaart. We willen graag vernemen als u suggesties heeft op dit gebied en houden u graag op de hoogte van ontwikkelingen.
 
Ook werken we aan een Deltamonitor, waarin de economische prestaties van de Delta, ontwikkelingen op het gebied van werkgelegenheid, duurzaamheid etc. in de tijd worden gezet en kunnen worden afgezet tegen mondiale ontwikkelingen. Uiteraard zijn er de lokale haven-mo0nitors, maar een Delta-omspannend inzicht in de prestaties van deze grensoverschrijdende economie is er nog niet. Op 21 november a.s. zal de eerste versie van deze monitor, die wordt gemaakt door de universiteiten van Antwerpen en Rotterdam, worden gepresenteerd op onze Deltaconferentie. Met genoegen zullen wij u een exemplaar van deze eerste monitor doen toekomen en we zijn erg geïnteresseerd in uw reacties.
 
Een punt dat aandacht vraagt is het vervoer per pijp- of buisleiding. Veel neveneffecten van transport over weg, rail of water (ruimtebeslag, leefbaarheidsaspecten, CO2, luchtkwaliteit) spelen bij pijp- en buisleidingen niet of beduidend minder. Veel transport, bijvoorbeeld tussen Rotterdam en Antwerpen, verloopt al per buisleiding (in Nederland ligt er al 18 000 kilometer ondergronds netwerk dat 2x zoveel volume verwerkt als het spoor) , maar deze transportmodus is in de TEN-T-systematiek nog niet gelijkwaardig aan andere modi. De Vlaams-Nederlandse Delta wil de aanleg en benutting van pijp- en buisleidingen krachtuig stimuleren. Binnenkort zullen de havens van Antwerpen en Rotterdam een nieuw plan voor buisleidingen publiceren. Wij verzoeken u ons pleidooi, gericht op opname van buisleidingen in TEN-T, te steunen. Dit vervoer kan worden gezien als een innovatieve transportmodus!
 
Dan volgen we met belangstelling de ontwikkeling van de biobased economy, waarvoor met name in Gent, Terneuzen en westelijk Brabant al sterke aanzetten bestaan. Dit is de economy van de toekomst, waarvoor in de zone Gent-Terneuzen en westelijk Noord-Brabant innovaties op mondiale schaal. We gaan hier voorlopig geen nieuw project aan toevoegen, maar proberen de goede resultaten die zijn behaald te verbreden tot de gehele Delta.
 
Meer specifiek willen we uw aandacht vragen voor de grensoverschrijdende infrastructuur. Als Europese overheid heeft u beslissende invloed op de sturing van de Europese middelen grensoverschrijdende projecten. Uiteraard zijn de nationale regeringen (Vlaanderen en Nederland) uw primaire gesprekspartners en co-financiers. Maar natuurlijk hebben provincies hun eigen en gemeenschappelijke logistieke agenda, die ze graag delen met steden, havens en bedrijfsleven. Maar de provincies hebben zeker ook een belangrijke rol in het voortraject en het bij elkaar brengen van partijen. Juist bij de grensoverschrijdende infrastructuur kunnen wij een zeer belangrijke rol vervullen. Deze agenda is in ontwikkeling en nog niet geheel gereed, maar de hoofdlijnen ervan willen we graag met u delen.
 
In de eerste plaats zijn de toegankelijkheid van de havens vanaf zee en de verbindingen met het achterland cruciaal. De Delta kan alleen functioneren als aan- en afvoer van goederen optimaal verlopen. Om die reden zijn wij positief over het TEN-T programma, met name ook bij de nadruk die u legt op de spoor- en waterverbindingen èn de grensoverschrijdende connecties.
 
Een ander aspect is het budgettaire volume voor TEN-T. Ons bereiken berichten dat de bestaande budgetten (31,7 mld., waarvan 21,7 mld. voor CEF (Connecting Europe Facility) en plm. 10 mld. geoormerkt voor de cohesiefondsen) gevaar zouden lopen. U zult begrijpen dat reductie van deze budgetten desastreus zal uitpakken voor de Delta. Juist nu deze haveneconomie de nationale economieën draagt mag hier geen beperking plaatsvinden.
 
De hoofdcorridors in onze regio zijn (zie ook de kaart):
*de noord-zuid-corridors (Amsterdam/Rotterdam, Antwerpen-Gent naar Parijs;
*de oost west-corridors vanuit Rotterdam en vanuit Antwerpen naar Duitsland.
Deze corridors hebben een aantal ontbrekende schakels. Wij noemen enkele prioritaire grensoverschrijdende prioriteiten:
*oost-west vanuit Antwerpen: de “IJzeren Rijn”; goederenspoorverbinding van Antwerpen naar het oosten;
*noord-zuid: de goederenspoorverbinding Rotterdam/Zeeland met -Antwerpen, met name vanuit de aspecten van veiligheid en, leefbaarheid;
*de scheepvaartverbinding Noord-Zuid: Seine Nord van Parijs naar Gent/Terneuzen en vervolgens de binnenvaartverbinding van uit Terneuzen en Antwerpen met Rotterdam (sluizencomplexen Terneuzen, Krammer en Volkerak).
 
Zoals gezegd werken wij intussen aan een meer gedetailleerde portfolio waarmee we ontbrekende schakels op de corridors in de regio willen agenderen. Ook op andere manier willen we de aandacht gericht houden op de betekenis van transport en logistiek; zo is onze volgende jaarlijkse conferentie op 21 november a.s. te Gent gewijd aan de Seine Nord: de verbinding Parijs/Gent/Terneuzen/Rotterdam per binnenschip. Een beloftevolle connectie die niet mag stagneren.
 
Regionale samenwerking is complex èn kansrijk tegelijkertijd. Als Europese overheid weet u als geen ander dat samenwerking vraagt om het overwinnen van individuele belangen. De vrucht van samenwerking leidt op termijn tot een sterkere, mondiaal concurrerende Delta dan wanneer alle provincies, steden en havens hun eigen positie versterken. In zekere zin beoefenen Europese bestuurders en parlementariërs dus hetzelfde ambacht als de bestuurders in de VN Delta.
 
Er is wel een verschil: de VN Delta heeft geen formele structuur, geen eigen apparaat of bevoegdheden. In die zij blijven we dus afhankelijk van de instemming van alle deelnemers. Des te belangrijker dat we ons als netwerk intensief verbinden met de echte overheden: steden, provincies, nationale overheden en de Europese Unie. Graag zullen we u ook in de toekomst informeren over onze plannen en ambities en waar nodig rekenen we ook graag op uw medewerking.
 
Specifiek vragen wij uw aandacht voor de reeds genoemde Deltaconferentie op 21 november a.s. te Gent. Zoals gezegd is het thema de Seine-Schelde verbinding, maar ook de algemene aspecten van de regionale ontwikkeling komen aan de orde. Wij zullen u voor deze conferentie uitnodigen en hopen velen van u te mogen begroeten. De aanwezigheid en de bijdragen van onder andere de Vlaamse en Nederlandse bewindslieden, de DG Transport van de Europese Unie, de directeuren van de havens etc. staan borg voor een interessante en complete visie op de ontwikkeling van de Deltaregio.
 
Besturen in de moderne samenleving doen we samen. Europa, nationale staten, provincies, steden, maar ook havens, maatschappelijke ondernemingen, bedrijven, kennisinstellingen. Wij noemen dit, in de beste traditie van de Vlaams-Nederlandse samenwerking, vloeibaar bestuur: bestuur op de plaats en in de samenstelling waar het effectief is. Graag nodigen wij u uit met ons samen deze belangen te verdedigen en elkaar, waar mogelijk te versterken!
 
Dank voor uw aandacht, graag willen we met u het gesprek over onze aanpak aangaan.