Lezing W. v.d. Donk ANV.

Vlaams-Nederlandse Delta De kracht van Europa is nergens beter zichtbaar dan in grensoverschrijdende regio’s – ‘Radicale innovatie gedijt niet in oude regimes, maar vraagt om vertrouwen’

door Wim van de Donk

Wie naar Europa kijkt, ziet crisis. Zeker na de rede van de Britse minister-president Cameron. Dichter bij huis verscheen in het Brabants Dagblad een artikel onder de titel ‘De grens over? Gedoe verzekerd!’ waarin professor Alfons van Marrewijk van de VU wordt geciteerd als het om de samenwerking tussen Belgen en Nederlanders gaat. De indruk zou kunnen ontstaan dat de vis zowel aan de kop, als aan de staart rot. Die indruk is fout; de kracht van Europa is nergens beter zichtbaar als in de regionale grensoverschrijdende samenwerking. Het is de kracht van de meso-economie die daar telt.

De Vlaams-Nederlandse Delta is daarvan een sprekend voorbeeld. Het is een voorbeeld dat de nu in Den Haag voorgenomen bestuurlijke ruilverkaveling ontmaskert als een vooral vanuit de natiestaat ingegeven oefening. Het is beter om in termen van sterke regio’s te denken. Die liggen aan de basis van het Europa van de kansen.

In de economie wordt gesproken over de macro-economie en de micro-economie. Macro, dat zijn de globale ontwikkelingen, de internationalisering en de gang van zaken in Europa. Micro, dan gaat het om de bedrijven, de inkomens en de gezinnen. Het lijkt dan of de micro-economische ontwikkelingen haast machteloos meedeinen op de soms woeste golven van het macro-economisch getij.

Dat laatste lijkt dan een oerkracht die niet te begrijpen of te temmen valt. Maar de eenzijdige en soms uitsluitende nadruk op deze niveaus miskennen het belang van vervlechting en verweving op een niveau waarop niet abstracte modellen of vooral een kwantitatieve boekhouding domineren.

Ik noem dat maar ‘meso-economie’. Dat is het niveau van de concrete regio waarin ondernemingen zijn ingebed in ook cultureel verankerde netwerken van onderling vertrouwen, in een regionale arbeidsmarkt die warme verbindingen onderhoudt met instellingen voor onderwijs en onderzoek. Dat is het niveau waarop de verbindingen in echte ontmoetingen gestalte krijgen. Laat dat nu net het niveau zijn waarop de economie van de toekomst echt kansen krijgt. Met name in grensgebieden tussen natiestaten is de vitaliteit van die netwerken zichtbaar.

Radicale innovatie gedijt niet in oude regimes, vraagt om een mensen-economie en onderling sociaal vertrouwen. En zoals altijd zitten in het echt nieuwe oude wijsheden. Zo beschouwd is de crisis van Europa er een van de nationale staten, niet van de regio’s. De Vlaams- Nederlandse Delta is een van die regio’s waar die meso-economie, die ook Brabant zo kenmerkt tot ontwikkeling komt. De Delta is het samenwerkingsverband van de provincies Antwerpen, Zeeland, Noord- Brabant, Oost- en West-Vlaanderen en Zuid-Holland en de havens van Rotterdam, Antwerpen, Zeeland, Gent, Zeebrugge en Moerdijk. Een samenwerkingsverband dat opereert op basis van kansen zien. Een verband ook dat goed ziet waar en wanneer samenwerking, en waar en wanneer concurrentie het algemene belang het beste dient.

De Vlaams-Nederlandse Delta is een bijzondere kans om in de wereldeconomie een blijvende rol te spelen. Maar dan moet daarin wel worden geïnvesteerd, met name in die dingen die nodig zijn om het gebied als geheel te versterken.

Daarvoor is het niet nodig dat gebied tot een bestuurlijke entiteit te versmelten. Door die tekentafeloefening verdwijnt namelijk veel van wat dat gebied zo bijzonder maakt – de Antwerpenaren, de Vlamingen, de Zeeuwen, de Brabanders, de Rotterdammers, ze zijn allemaal vreselijk trots op hun provincie of stad, op het vermogen hun toekomst vanuit eigen kracht vorm te geven. Dat besef draagt de Delta. We besturen er op basis van een filosofie die onze identiteiten respecteert, maar die ook ziet dat de echte resultaten soms alleen of veel beter kunnen worden gehaald door een gemeenschappelijke inzet. De allianties volgen de ambities, die worden vertaald in een heldere agenda. Het gaat om een flexibele en pragmatische vorm van samenwerking, ondersteund door de Benelux. Met rechtstreekse samenwerking over de in de praktijk van alledag vervagende Europese grenzen, zonder omwegen via Brussel of Den Haag.

Voor de verdere ontwikkeling van de Vlaams-Nederlandse Delta is het van groot belang dat de infrastructuur op zijn minst gelijke tred houdt met onze dromen en ambities. Juist dat geeft er een extra Europese dimensie aan. Ik doel dan bijvoorbeeld op de aanleg van de IJzeren Rijn en ook andere wezenlijke investeringen in de spoorinfrastructuur.

In het programma van de Europese Commissie wordt goed gezien dat het er de komende jaren niet alleen om gaat ons onderling verder te verbinden, maar vooral ook om Europa goed te verbinden met de wereldeconomie. De Vlaams- Nederlandse Delta is dus ook voor Europa zelf van wezenlijk belang.

De kracht van de Delta zal nog verder groeien als de Schelde-Rijn- verbinding wordt gerealiseerd. Daarmee wordt het noorden van Frankrijk ontsloten, komen ook de havens van Le Havre en Duinkerken in zicht. Voordat daarmee het spookbeeld van eindeloze asfaltvlaktes en containermuren opdoemt: centraal en cruciaal voor het ontwikkelen van de Delta is het garanderen van de kwaliteit van wonen en werken (we moeten ons goed bezinnen op de mate waarin de hier verrichte activiteiten ook daadwerkelijk waarde en duurzame werkgelegenheid generen), van de duurzame inrichting van de ruimte. Minstens zo belangrijk is die andere randvoorwaarde, een gezamenlijke aanpak van de arbeidsmarktproblemen.

De Vlaams-Nederlandse Delta is een inspirerend voorbeeld: strategische samenwerking door trotse provincies met een eeuwenoude identiteit. Een mooi en hoopgevend voorbeeld van grensoverschrijdende, nee, grensontkennende samenwerking.

Dit is een bewerking van de rede die commissaris van de koningin Wim van de Donk op 26 januari in Brussel hield voor het Algemeen-Nederlands Verbond.